Supplies / toebehoren

Kennisbank pagina opties:

De geschiedenis van de computer begint met de geschiedenis van het rekenen. Vanouds hebben mensen hulpmiddelen ontwikkeld voor berekeningen die niet gemakkelijk uit het hoofd gemaakt konden worden. De eenvoudigste manier is het noteren van een aantal getallen en te proberen deze correct op te tellen. Ook werd wel een kerfstok gebruikt, om de schulden van een persoon vast te leggen. Daarna werd het telraam (abacus) uitgevonden. Toen de behoefte aan berekeningen steeds complexer werd ontwikkelde men tabellen met hulpgegevens (bijvoorbeeld logaritmetabellen als hulp bij het vermenigvuldigen). Ook de rekenliniaal was een uitvinding om het rekenen makkelijk te maken. De rekenliniaal is echter verdwenen met de uitvinding van de zakrekenmachine.

Als er zeer veel gerekend moest worden werden veel mensen ingezet. Deze zaal met wiskundigen werd dan ook aangeduid met het woord computer. Deze mensen losten allemaal een deel van een probleem op als het te veel werk was voor één persoon.

In het Verenigd Koninkrijk waren naar aanleiding van de koloniale scheepvaart veel centra met menselijke computers ontstaan. Deze maakten tabellen welke navigatoren voor navigatie konden gebruiken. Ook in andere gebieden vonden deze tabellen gretig aftrek, zoals de astronomie. Charles Babbage, een wiskundige, was erg geïnteresseerd in de astronomie. Een grote kwelling voor een astronoom was echter het feit dat in iedere tabel onvermijdelijk fouten zaten. Babbage vroeg zich af of de tabellen niet machinaal gegenereerd konden worden. Hiervoor bedacht hij in 1822 de “differentiemachine”; een concept voor een machine die tabellen van veeltermen kon uitschrijven. Babbage begon aan de bouw van de machine, maar het bouwen ervan viel niet mee. De machine werkte mechanisch en de tandwieltechniek was nog niet geavanceerd genoeg om tot een goed resultaat te komen. Verder veranderde Babbage steeds het ontwerp van de machine.

Aldus kwam hij in 1833 met de “analytische machine”. Deze machine zou met invoer vanaf ponskaarten wiskundige bewerkingen kunnen uitvoeren. Deze machine wordt algemeen gezien als het concept van de computer. Tot dan toe bestond de machine alleen nog maar op papier en Babbage ging op zoek naar iemand om zijn ideeën te verwezenlijken. Daarvoor vond hij Ada Augusta (Lady Lovelace), een enthousiaste amateur-wiskundige. Ada schreef hele reeksen instructies voor de analytische machine, ze ontwikkelde onder andere de subroutine, herkende de waarde van lussen en dacht al na over de voorwaardelijke sprongroutine; zij was dus eigenlijk de eerste programmeur. Helaas heeft Babbage ook deze machine nooit kunnen voltooien.

Pas in 1938 werd de eerste computer gebouwd door Konrad Zuse. Ook Zuses machine werkte nog mechanisch, maar Zuse had het zichzelf een stuk eenvoudiger gemaakt door van het binaire stelsel gebruik te maken. Een jaar later bouwde Zuse de eerste elektromechanische computer.

Door de Tweede Wereldoorlog kreeg de ontwikkeling van computers een snelle vlucht. In het Verenigd Koninkrijk werd van de Colossus gebruik gemaakt om Duitse geheime codes te kraken, o.a. die van de Enigma codeermachine. De Colossus was de eerste elektronische computer, gebruik makend van elektronenbuizen. De eerste computer in de VS, de Eniac, die enkele klaslokalen in beslag nam, bevatte 18.000 buizen, 70.000 weerstanden, 10.000 condensatoren, 6.000 verschillende schakelaars. Deze computer gebruikte evenveel energie als een zware locomotief.

In de periode dat het permanente geheugen (de harde schijf) nog niet algemeen bestond, was het invoeren van gegevens of programma’s in een computer vrij moeizaam. Dit gebeurde oorspronkelijk met schakelaartjes en ponsband, nog iets later met ponskaarten, en in een nog later stadium met magneetbanden.

Met de enorme ontwikkeling van de elektronica en de halfgeleiders, toegepast in transistoren, kon de computer veel kleiner en sneller worden. Later werden de transistors geïntegreerd in een computerchip, oftewel een geïntegreerde schakeling (integrated circuit, IC). De microprocessor is zo’n geïntegreerde schakeling.

De IBM PC uit 1981 was de eerste personal computer met microprocessor. De PC werd steeds goedkoper en gemakkelijker te gebruiken waardoor steeds meer bedrijven en huisgezinnen er een kochten. De ontwikkelingen gaan voort, zakenmensen gebruiken veelal een laptop om met hun computer op stap te gaan. De steeds verdere miniaturisering leidt er toe dat de kleine Personal Digital Assistant (PDA) met steeds meer mogelijkheden in beeld komt. Ook veel apparaten zoals wasmachines, videorecorders, digitale camera’s en dergelijke bevatten tegenwoordig een computer om allerlei zaken te regelen, deze worden dan meestal een ingebed systeem of – in het Engels – embedded system genoemd.

Computertoepassingen
Tegenwoordig worden computers op het werk veelal aangesloten op een computernetwerk, waarbij verschillende gebruikers met een eigen PC gebruik maken van software en data die op een centrale opslagplaats (server) zijn opgeslagen. Voor het ophalen van informatie van het Internet wordt gebruikt gemaakt van een modem of, in het geval van een groot computernetwerk, een router, die is gekoppeld aan een breedbandinternetverbinding zoals DSL, kabel, T1 of glasvezel. In het geval van een groot computernetwerk wordt vaak gebruik gemaakt van een proxyserver om de gegevens van het Internet te “filteren”.

Een toepassing van computers die nog sterk in opkomst is, is die van de kunstmatige intelligentie, welke toegepast wordt in o.a. computerspellen en de robotica.

Thuis worden computers veel gebruikt om computerspellen te spelen, informatie via Internet op te zoeken, en voor communicatie door middel van e-mail, chatten of internetforums. De huidige generatie computers is ook uitstekend te gebruiken om digitale foto- en videobestanden te bewerken. Veel mensen gebruiken de computer ook voor correspondentie, hun administratie of als mediacenter voor het afspelen van muziek of bekijken van foto’s.


Gebruikers die hebben bijgedragen aan deze kennisbank pagina: